Groepen met een overstroombeveiliging (stop/zekering) van ten hoogste 25 A waarvan
wandcontactdozen deel uitmaken, moeten zijn beveiligd door een aardlekschakelaar
met een nominale aanspreekstroom van ten hoogste 30 mA
Indien deze wandcontactdozen zijn aangebracht in ruimten waar sprake is van de
volgende gebruiksfuncties of subgebruiksfuncties:
1. woonfunctie;
2. logiesfunctie;
3. celfunctie;
4. onderwijsfunctie voor basisonderwijs;
5. onderwijsfunctie voor speciaal onderwijs;
6. bijeenkomstfunctie.
Kort samengevat:
In woonhuizen moeten bij het vervangen, uitbreiden of aanpassen van de
groepenkast alle groepen verplicht worden beveiligd door een aardlekschakelaar.
Hoeveel aardlekschakelaars heb je minimaal nodig
Vroeger bestond er nog onderscheid tussen zogenaamde natte en droge groepen.
Natte groepen waren bijvoorbeeld de keuken of de badkamer.
Toen hoefden alleen de stopcontacten van de droge groepen beveiligd te worden.
Tegenwoordig moeten alle stopcontacten verplicht beveiligd worden door een aardlekschakelaar.
Dus ongeacht het een natte of een droge groep is.
Het is niet verstandig om alles achter één aardlekschakelaar te plaatsen, omdat dan bij
uitschakeling de gehele installatie spanningloos raakt.
Er moeten dan ook altijd minimaal twee aardlekschakelaars worden toegepast.
Het is aan te raden om de groepen van één verdieping te verdelen over beide aardlekschakelaars.
In geval van storing heb je dan toch nog altijd een lichtpunt in de buurt.
Hoeveel groepen mogen er achter een aardlekschakelaar
Er mogen maximaal 4 groepen worden geplaatst achter één aardlekschakelaar.
Het maakt hierbij niet uit of deze groep 2 of 4-polig is uitgevoerd.